Vaste klant Paul is al 35 jaar veganist: “Mijn kleinkinderen stoefen er zelfs over op school!”


7 maart 2019

“Al deze bomen heb ik met m’n eigen handen geplant”, leidt Paul ons met enige trots rond in zijn tuin. “Vijfendertig jaar geleden was dit nog een kale wei. Nu groeien hier plantjes die je nergens anders in België vindt.”

Paul Bekaert (70) is al jaren klant bij Regiform. Toen hij onlangs zijn voorraad vegan kazen kwam aanvullen, vertelde hij dat hij de eerste geregistreerde veganist in België was. Nieuwsgierig als we zijn, trokken we naar zijn tuin in Boechout voor een gesprek. We treffen Paul aan in een oase van (hoe kan het ook anders) plantaardig lekkers. Daslook, look zonder look, veldkers: we mogen het allemaal proeven.

Zijn liefde voor de natuur en dieren wakkerde ook zijn interesse in het veganisme aan. Zo’n vijfendertig jaar geleden hakte hij de knoop door. Veganisme was toen nog een curiositeit, herinnert Paul zich. “Ik ben het begrip zelfs gaan uitleggen in Boeketje Vlaanderen, een programma op de BRT met Gerty Christoffels. Of ik echt de eerste veganist in België was, weet ik niet, maar de Veganistenbond had in ieder geval slechts twee leden en daarvan was ik het het langst.’

Vegetariër is hij al veel langer. Vanaf het moment dat hij besefte dat er voor het stuk vlees op zijn bord een dier moest sterven, hoefde het voor hem niet meer. “Toen ik vijf was ging ik bij mijn grootouders konijn eten. Ik had nog maar een paar happen gedaan, toen ze zeiden: “Ah, Paul. Dat is jouw konijntje”. Dat lieve, witte konijntje met de rode oogjes dat ik elke dag ging voederen, lag nu op mijn bord. Verschrikkelijk. Ik ben beginnen wenen en wilde nooit meer vlees eten.”

Dat bleek niet zo simpel. Het waren de jaren vijftig, de oorlog was nog niet zo lang voorbij en er werd gegeten wat de pot schaft. Paul zou vlees eten, willen of niet. “Ik weet nog heel goed hoe ik met mijn ouders aan tafel zat en stiekem mijn stuk biefstuk in mijn broekzak stak. Na het eten gooide ik het onder de kast, hopend dat het op magische wijze zou verdwijnen. (lacht) Na een tijdje hadden mijn ouders het wel door.”

Toen Paul uitlegde dat hij écht geen vlees meer wilde eten, namen zijn ouders hem mee naar de dokter. Een verstandig man, die meteen zijn dikke boeken bovenhaalde. Na lang bladeren had hij het gevonden: iemand die geen vlees eet, noemt men een vegetariër. Wat vandaag evident is, was dat in 1958 nog niet. “Geef hem dan maar extra veel kaas en melk”, gaf de dokter als raad. Paul gehoorzaamde en werd groot op kaas en boudoirkes gesopt in melk.

Als twintiger, in 1976, begon Paul een natuurwinkel in Borgerhout. Door dagelijks met gezonde voeding bezig te zijn, begon hij steeds meer na te denken over zijn eigen eetpatroon. Hij berekende hoeveel dierenleed hij nog steeds veroorzaakte met zijn zuivelconsumptie. Conclusie: te veel. En dus koos hij zo’n vijfendertig jaar geleden voor het veganisme. Met vallen en opstaan, want hij zou nog twee keer ‘hervallen’. De brie op zijn toog zag er soms iets té lekker uit. Maar uiteindelijk lukte het hem.

Zelfs anno 2019 levert een veganistische levensstijl vaak onbegrip op, maar dat is niets vergeleken met de vroege jaren tachtig. ‘Veel mensen wisten niet eens wat veganisme inhield. Dan dachten ze bijvoorbeeld dat ik wel kip of vis at, want ‘daar zit toch geen bloed in’. Ik herinner me ook een heel chique trouwfeest van vrienden, met alles erop en eraan, waar ik droge pasta met kikkererwten uit blik kreeg voorgeschoteld. Alternatieven zoals veganaise en veganistische kazen bestonden toen nog niet, dus vaak was het gewoon kinkloppen. Gelukkig is er op dat vlak veel verbeterd.’

Ook zijn familie reageerde ietwat meewarig op zijn keuze. Op familiefeesten brengt hij zelf zijn eten mee. Zijn eigen gezin deed dan weer wel vrolijk mee. ‘Een week na ons huwelijk is mijn vrouw gestopt met vlees eten. Vooral omdat ze niet graag kookte. (lacht) Mijn zoon werd dan weer op zijn vijfde veganist, al heb ik hem niets opgedrongen.’

De laatste jaren kijkt Paul met veel ontzag naar de rijzende populariteit van het veganisme, een evolutie die hij natuurlijk alleen maar kan toejuichen. Al vindt hij het fanatisme van een kleine minderheid maar niets. ‘Sommige berichten die ik lees op Facebook…’, zucht hij. ‘Alsof alle vleeseters kwaadaardig zijn. Zijn al die veganisten dan als veganist geboren?’

Zelf noemt Paul zich fanatiek, maar enkel als het om hemzelf gaat. Wat anderen doen, moeten ze zelf maar beslissen. ‘Ik geef toe dat ik ook mijn missionarisperiode heb gehad waarbij ik al mijn vrienden wilde vertellen hoe fantastisch het veganisme is. Maar ik snap heel goed hoe moeilijk het is om plots over te schakelen op een plantaardig dieet. Ik heb er zelf lang over gedaan. Nu begin ik er nooit zelf over, maar als ik voel dat er interesse is, kan ik er uren over praten. (lacht) En af en toe geef ik vrienden iets lekkers mee om te proeven. Ik geloof dat je op die manier meer bereikt.’

In de toekomst zal veganisme alleen maar couranter worden, gelooft Paul. Zijn kleinkinderen eten dan wel vlees, maar bij vokke eten ze wel enthousiast plantaardig. ‘Ze kijken er echt naar uit om samen te koken. En op school vertellen ze vol trots dat hun vokke al zo lang veganist is.’

The future is vegan, zegt men wel eens!

Deel dit bericht!