E-nummers: wat betekenen ze nu eigenlijk?


18 januari 2019

Heel wat mensen gaan steeds bewuster om met voeding en gezondheid. Jammer genoeg zijn de ingrediëntenlijsten vaak zo ingewikkeld opgesteld, dat je nog moeilijk kan doorgronden wat er écht in een product zit. Vooral E-nummers maken de zoektocht er niet makkelijker op. Wij nemen ze voor jullie onder de loep.

Wat zijn E-nummers?

Dat zijn additieven in voedingsmiddelen die bedoeld zijn voor menselijke consumptie. Fabrikanten hebben verschillende redenen om deze toe te voegen. Er zijn kleurstoffen, smaakverbeteraars, bewaarmiddelen, stabilisatoren, antioxidanten, meelverbeteraars, geleermiddelen, rijsmiddelen, glansmiddelen, verdikkingsmiddelen en zoetstoffen.

Ook handig om te weten is dat er zowel dierlijke als plantaardige E-nummers bestaan. Zo wordt E161g gewonnen uit vogelveren, terwijl E120 van schildluizen wordt gemaakt. Voor vegetariërs en veganisten is het dus ook belangrijk om te weten wat er nu echt op het etiket staat.

Kan dat kwaad?

Niet per se. Stoffen krijgen namelijk pas een E-nummer als ze door de  Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) zijn goedgekeurd. In principe zijn ze dus veilig. Bovendien hebben veel heel gewone stoffen zoals kurkuma (E100) en vitamine C (E300) ook zo’n nummer.

…Maar

Volgens de wet mag een additief enkel gebruikt worden als het onmisbaar is. Maar dat begrip blijkt nogal vaag te zijn. Is het ‘onmisbaar’ om kleurstof toe te voegen aan je product zodat het er lekkerder uitziet? En smaakstoffen toevoegen, is dat geen regelrechte misleiding? Over die wetgeving valt dus te discussiëren.

Bovendien hoeven bepaalde voedingswaren zelfs geen vermelding van E-nummers te dragen. Wijn bevat bijvoorbeeld soms toegevoegde voedingszuren, bindmiddelen of suikers, maar volgens de Europese wetgeving hoeft de consument dat niet te weten. Ook ‘hulpmiddelen’ die het bereidingsproces versnellen of verbeteren, zijn vrijgesteld van een vermelding op het etiket. Net als stoffen die in een bepaald ingrediënt van het eindproduct, maar niet aan het eindproduct zelf werden toegevoegd.

Twijfelachtige stoffen

Over andere stoffen, zoals aspartaam (E951) en de smaakversterker mononatriumglutamaat (E621) bestaan dan weer veel tegenstrijdige onderzoeken over de veiligheid ervan.

Stoffen krijgen dan wel een E-nummer toegekend van de EFSA, maar deze weigert het voorzorgsprincipe te hanteren, dat stelt dat een product niet mag worden gebruikt tot volledig duidelijk is dat het niet giftig is.

Bovendien concludeerde de non-profitorganisatie Corporate Europe Observatory (CEO) in 2013 dat maar liefst 58% van de EFSA-experten nauwe banden onderhield met de voedselindustrie. Hoe onafhankelijk zijn hun beslissingen dan?

Enkele vaak voorkomende E-nummers die je best kan vermijden:

Karamel (E150a – E150d)
Dit is wereldwijd de meest gebruikte kleurstof. Je vindt ze onder meer terug op het etiket van bieren, cola, gedroogd fruit, en sauzen, of in de strepen van ‘gegrilde’ panini’s.

AZO-kleurstoffen (E102, E110, E122, E123, E124, E129, E151, E155 en E180)

Volgens een studie is deze kleurstof gelinkt aan hyperactiviteit bij kinderen. In verschillende landen is de stof daarom verboden. In België niet, maar verschillende supermarkten zijn gestopt met de verkoop van producten met de stof. Je vindt deze stoffen onder meer in frisdranken, alcoholische dranken, kaaskorsten, snoep, koek en gebak, zuivelproducten, ijsjes en sauzen.

Natriumbenzoaat (E211)

Deze stof zit vaak in frisdrank en vormt in combinatie met vitamine C benzeen, een kankerverwekkende stof. De WHO oordeelde in 2000 dat het middel veilig is voor consumptie, maar zei er wel bij dat er weinig wetenschappelijk onderzoek beschikbaar was.

Verpakkingsgassen (E938-E949)

Om fruit zo lang mogelijk (en dus ook buiten het seizoen) aan te bieden, wordt het soms bewaard in containers met stikstof, helium, waterstof of andere gassen. Op de verpakking staat dan ‘verpakt onder beschermende atmosfeer’.

Glutamaat additieven (E600 – E625)

Deze groep stoffen hebben een uitgesproken smaak en worden vaak toegevoegd om de industriële smaak te verbloemen. De veiligheid van de stoffen wordt in twijfel getrokken en Europa hanteert een strikte maximumgrens.

Zwaveldioxide (E220)

Dit is een van de meest gebruikte additieven in wijnen om de houdbaarheid te verlengen. Desondanks is het giftig.

Glycerol (E422)

Deze stof wordt in de voeding gebruikt als oplos- of zoetmiddel. In andere industrieën wordt het gebruikt als antivriesmiddel of weekmaker van kunststoffen.

Handige hulpmiddeltjes

Hierboven staan natuurlijk slechts enkele van de vele, vele E-nummers. Gelukkig zijn ze niet allemaal even slecht. Om dat te weten te komen, bestaan er enkele handige trucjes. Op deze website kan je het E-nummer ingeven om informatie te winnen. Ook kan je de app E-nummers downloaden op je smartphone, zodat je in de supermarkt snel kan checken welke score het E-nummer krijgt, gaande van veilig tot af te raden. Hierbij krijg je ook extra informatie over het nummer.

Vaak geldt ook: hoe natuurlijker het product, hoe minder ingewikkeld het etiket. Dus zit je bij ons aan het goede adres 😉

Deel dit bericht!